879a9e10ebe648cb2c4efa4e04ba2ad0.ppt
- Количество слайдов: 30
De Meerwaarde van de Pelviene Gynaecologische Oncologische Chirurg A. Ph. MAKAR, MD, Ph. D. UZ GENT ZNA Middelheim 16112006 Postuniversitaire studiedag Gent
De meerwaarde van een Gyn Oncoloog o Evidence-based o Resultaten werkgroep registratie VWOG o Wat zegt Vlaanderen? n n Oncologische enquêtes Respons ratio: 30% (146/490)
Natuurlijke evolutie o Chirurgie op andere vlakken: n n o Gynaecologische Oncologie n n n o o Extra-peritoneaal Gyn opleiding zonder alg chirurgie Meigs, Munell, Brunswick Erkend VS sedert 1972: certificate subspeciality EBGOC-ESGO “training pogramme” Politieke kwestie: borstkliniek Medico-legaal
Subspecialisme Gyn Oncologie o Behandeling op maat n o Kwaliteit heelkunde: n o o Over- en onderbehandeling vermijden Ovarium en vulva carcinoma’s Nabehandeling Aanpak recidief: n n Nieuwe therapie mogelijkheden Levenskwaliteit Optimalisering transdisciplinaire aanpak
Frequentieverdeling van de maligne tumoren, België, 1987 -89, NKR. Borst Colonrectum Ovarium Endometrium 33% 14% 5% 4% Maag Bronchus Cervix Leukemie Blaas Pancreas 4% 4% 4% 3% 2% 2% Aantal tumoren in België 1998 o Cervix: 531 o Corpus: 922 o Uterine : 135 o Ovarium: 813
Aantal ingrepen in Vlaanderen per jaar per gynaecoloog >20 10 -20 <10 p. jaar Ovarium CA 3. 1% 4. 7% 92. 2% Cervix CA 3. 1% 3. 9% 93% 71%: <5
Aantal ingrepen in Vlaanderen per jaar per gynaecoloog >40 Endometrium CA 20 -40 6 -10 1. 5% 6. 1% 43. 5% 48. 8% > 10 Vulva carcinoom <5 p. jaar 6 -10 2. 4% 4% <5 p. jaar 93. 6% 68%: <2
Ovarium Carcinoom: Stadium I o Correcte stadiëring o o Betere overleving Minder chemotherapie (RR 2 e tumor: 1. 5) Fertiliteitsparende chirurgie is mogelijk Adjuvante chemotherapie bij hoog risico: n n Graad 3 IC (vegetaties, maligne ascites, ruptuur) Clear-cell carcinoma’s Suboptimale stadiëring (slechte overleving)
Correcte stadiëring Fertiliteitsparende chirurgie Spoeling: cytologisch onderzoek Unilaterale adnexectomie – cystectomie (bilat) Resectie: macroscopisch verdacht weefsel Omentectomie Appendectomie (mucineuse tumoren) Lymfadenectomie: Sereus borderline met implanten Invasieve tumoren Curettage (endometrioid & sex cord tumoren)
Evidence-based: Verband tussen specialiteit van de chirurg en optimale stadiëring bij St I-II ovarium CA Studie Specialiteit chirurg % met optimale stadiëring Grossi (1995) Gyn onc vs Gyn vs 47% vs 15% vs 0% Chirurg (p< 0. 001) Mc. Gowan Gyn onc vs Gyn vs 97% vs 52% vs 35% Chirurg (p =0. 01) (1987) Puls (1997) Gyn onc vs andere 100% vs 28%
Suboptimale stadiëring o Young (1983) In 31% met stadium I (24% st III) o Trimble (1994): In 24% met borderline tumoren o Sevelda (1990): 62% 5 j overleving na fertiliteitsparende chirurgie bij suboptimale stadiëring in 41 pat met stadium I
Stadiëring: ACTION Trial OS in optimally staged OS observation arm OS in non-optimally staged
Fertiliteitsparende chirurgie: Mits een correcte stadiëring o Geen verschil in aantal recidieven (5. 4% vs 6. 9%) o Behouden van menstruatie onder chemotherapie met cis-platinum o Fertiliteits behandeling met succes o Patiënten met kinderwens: zwanger o Geen verhoogd risico op miskraam of op congenitale afwijking
Stadium I ovarium carcinoom in Vlaanderen o Stadium I: 35% (328/945) n o Borderline tumoren: (41%) (134/328 ) n o Slechts 16%: fertiliteitsparende chirurgie Slechts 23%: fertiliteitsparende chirurgie Graad 1: 52% (70/134) n Slechts 15% fertiliteitsparende chirurgie
Lymfadenectomie in Vlaanderen o Graad 2 & 3: slechts bij 30% zowel pelviene als para-aortale lymfadenectomie aantal klieren: 1 -86 (gemiddeld 19)
Postoperatieve chemotherapie bij stadium I ovarium carcinoom in Vlaanderen o Postoperatieve adjuvante chemotherapie: n n o 23% met graad 1 en 4 met borderline Slechts 44% met graad 2 -3 (standaard richtlijn) 15% upstadiëring naar I C door kapselruptuur per-operatief: n n Ongustige prognostische faktor Post oper chemotherapie
Ovarium Carcinoom: Stadium II-IV o Primaire debulking is standaard (de hoeksteen) o Optimale debulking tot 0 cm & <1 cm Contra-indicaties primaire debulking (<10%): o n n o Slechte algemene toestand Multiple intrahepatische /long metastasen > 2 cm Metastasen >2 cm thv porta hepatis, boven vena renalis Massieve mesentriële metastasen Postoperatieve chemo: Carboplatinum + Taxol
Ovarian Cancer: who should operate ? An evidence-based review Giede et al (2005) review 18 studies: o Heeft de specialiteit van de chirurg impact op overleving van patiënten met ovarium carcinoom ? *Vroegtijdige stadia: optimale stadiëring (p <0. 01) *Gevorderde stadia: significante verbetering van de mediane overleving (p<=0. 01) * Minder peri-operatieve mortaliteit: 2. 4% vs 9. 5% (p=0. 02)
Evidence-based: Gyn oncoloog (GO) in upfront debulking in stadium III- IV en overleving Studie Overleving Resultaat Eisenkop (1992) Tinggulstad (2003) Junor (1999) Junor (1994) Nguyen (1993) Med overl 5 j overl Med overl GO: 35 m vs 17 m GO: 21 m vs 12 m GO: 18 m vs 13 m GO: 27% vs 19% GO: 26 vs 29 m vs 20 m
Impact (centralisatie) volume behandeld ovarium carcinoom per ziekenhuis op overleving o Tingulstad (2003)&Tropé (2006): Noorwegen n o Centralisatie is een onafhankelijk prognostische factor( 5 j overleving 26% vs 4%). Ioka (2004): n 5 j overleving 53%vs 22% (hoog vs zeer laag volume). Slechts 8% van de gynaecologen in Vlaanderen opereren >10 gevallen per jaar
Interventie debulking “debulking na 2 -3 cycli chemotherapie” EORTC & GOG 152: o Is geen standaard beleid bij ovarium carcinoom o Verbetering van overleving bij patiënten die geen optimale primaire debulking ondergingen o Heeft geen zin wanneer een maximale primaire debulking is uitgevoerd door een gynaecologische oncoloog
Secundaire debulking “persisterende ziekte na chemotherapie & recidief” o Bij geselecteerde patiënten groep: Solitair recidief Wanneer alle macroscopische letsels verwijderd kunnen worden Goede performance status DFS > 12 maanden bij patiënten eerder behandeld met platinum gebaseerde chemother.
Palliatieve chirurgie (darm obstructie) o Na falen van conservatieve behandeling oa met Somatostatin =>abd krampen of nausea => strangulatie (radiologisch) o Patiënten <65 jaar zondervoeding o Geen palpabele abdominale massa's of klinische ascites o Geen voorafgaande radiotherapie behandeling
II. Vulva carcinoom in Vlaanderen Overbehandeling vroegtijdig stadia Stadium Ia: 5%: radicale vulvectomie + inguinale lymfadenectomie 28%: inguinale/pelviene lymfad 5% : postoperatieve radiotherapie Uitgebreide locale excisie
Vulva carcinoom in Vlaanderen Overbehandeling vroegtijdige stadia o Radicale vulvectomie n n Stadium Ib: 12% (5/41) Stadium II: 28% (16/57) Uitgebreide excisie met 1 cm vrije resectierand + Lymfadenectomie: aparte inguinale incisies
Vulva carcinoom in Vlaanderen: Onderbehandeling o Geen inguinale lymfadenectomie bij: 32% (31/98) met stadium Ib & stadium II 33% (10+3/30) met stadium III Inguinaal recidief = dood
Begrip gynaecologische Oncoloog in Vlaanderen o De meerderheid 58% (81/139 ) vonden dat: een bijzondere bekwaming in de oncologische heelkunde met benadrukking van de abdominale en bekkenchirurgie de belangrijkste vereiste is om de titel gynaecologisch oncoloog te behalen.
Wat denkt Vlaanderen? Oncologische bekwaamheid o 31% (43/139): aparte oncologische opleiding n n n 39. 5%: in het binnenland 44%: in het buitenland 9. 3%: beide slechts 10 hebben een opleiding van >24 maanden gevolgd
Opleiding Gynaecologische Oncoloog EBGOG-ESGO o o o Specialist in verloskunde & gynaecologie Minstens 2 opleidingsjaren in een erkend centrum Chirurgische training: n n o o Gyn Oncol & borst chirurgie Alg chirurgie & urologie Radiotherapie & medische oncologie Cytologie/pathologie/tumor biologie Minimum aantal gyn oncol ingrepen: 50 Wetenschappelijke bijdragen
Besluit o Gyn Oncologie is een aparte entiteit: n n o o Evidence based Gegevens uit Vlaanderen: * overbehandeling vroegtijdige stadia * onderbehandeling gevorderde stadia Politieke kwestie Medico-legaal Erkenning & definitie kwaliteits kontrole


